Zonnepanelen, hoe (brand)veilig is dat?

Zonnepanelen, hoe (brand)veilig is dat?

Delen

Zonnepanelen, hoe veilig is dat? 

Nieuwsbericht | 17-07-2024 | Update 17-03-2026

Zonnepanelen ook wel PV-systemen genoemd zijn een groeiende bron van energie en kan een bijdrage leveren aan de eisen voor Bijna Energie-Neutrale Gebouwen (BENG, vereist vanaf 1 januari 2021 voor alle nieuwbouw).

PV-installatie als brandoorzaak.

Een PV-installatie wordt ook als potentieel brandveiligheidsrisico gezien, omdat delen van de installatie zolang er zonlicht is onder spanning blijven staan. Dit kan een brandveiligheidsrisico voor personen en gebouwen inhouden, mits geen adequate maatregelen zijn of worden genomen. Er kunnen vlambogen ontstaan met een zodanig vermogen dat de normale dakbedekking en -isolatie kan ontbranden.

De veiligheidsrisico’s van zonnepanelen liggen op het gebied van elektrische veiligheid en brandveiligheid, waarvoor nog weinig regelgeving is. Er is een vangnet in de Woningwet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), welke stelt dat de eigenaar/gebruiker van een gebouw wettelijk verantwoordelijk is voor het brandveilig gebruik ervan.

Een enkel zonnepaneel wekt een gelijkspanning op van 20 tot 40 Volt en een piekvermogen tot 500 Watt. Als ontstekingsbron is het vermogen van een paneel, geplaatst op een dak van moeilijk brandbaar materiaal zoals dakpannen, een beperkt risico. De spanning levert bij aanraking geen gevaar op voor personen.

Meestal liggen er meerdere zonnepanelen als systeem bij elkaar, deze zijn dan in serie geschakeld. Hierdoor ontstaat een string die een gelijkspanning van 900 tot 1.500 Volt opwekt. Voor deze serieschakeling wordt gekozen, omdat bij hogere spanning dunnere kabels kunnen worden gebruikt om het vermogen over te brengen. Meerdere strings worden parallel geschakeld, vaak in zogenaamde ‘combinerboxen’. Per sectie kan zo een vermogen ontstaan van 25 kW tot zelfs 100 kW. Een omvormer of ‘inverter’ zet de gelijkspanning (DC) om in bruikbare wisselspanning (AC).

Er kan door de gelijkspanning een vlamboog ontstaan met een behoorlijk vermogen. Vlambogen kunnen ontstaan als gevolg van slecht contact in verbindingen, veroudering, UV-straling of mechanische beschadiging van kabelisolatie tussen geleiders onderling of tussen geleiders en de aarde.

In het Bouwbesluit 2012 (art. 2.71) waren er regels opgesteld met vliegvuur als mogelijke ontstekingsbron. Een vlamboog van een PV-systeem is echter iets heel anders. De regelgeving in de Bbl (art. 4.47; bepaling bovenzijde dak mag niet brandgevaarlijk zijn) is daarop niet aangepast. Tevens worden volgens de NEN 6063 eisen aan de dakbedekking gesteld. Met name voor platte daken en paneel-in-dak-systemen is de dakbedekking en de dakisolatie een aandachtspunt voor het brandrisico in samenhang met zonnepanelen.

Naast het risico op vlambogen speelt ook het risico op elektrocutie voor onderhoudspersoneel of brandweerpersoneel een rol. Zolang er daglicht is, blijft het zonnepaneel onder spanning staan en kan niet afgeschakeld worden. De wisselspanning na de omvormer kan wel worden afgeschakeld.
Een gelijkspanning van maximaal 110 Volt wordt (onder droge omstandigheden) als aanraakveilig beschouwd. Onder natte omstandigheden kan een veel lagere gelijkspanning al risico’s opleveren bij aanraking.

Brandweer Nederland heeft een ‘Handreiking Risicobeheersing Advies veilige PV-systemen’ opgesteld over de toepassing en certificering (SCIOS Scope 12 Elektrakeuring) en normering van zonnepanelen. Deze inspectie en certificering is niet wettelijk verplicht maar veel verzekeraars kunnen dit wel als verplicht stellen in de polisvoorwaarden van de brandverzekering.

Deze handreiking kunt u hier downloaden.

Ook interessant:

Nieuwsbericht Electrische auto’s in parkeergarages

Meer weten? Neem gerust contact met ons op!

+31 (0)85 0647 828 Contact
Nederlands
//]]>